Bron: Technisch weekblad
Door: Marianne Vincken
De helft van de Nederlandse patentaanvragen komt er vandaan. Er werken meer dan zevenduizend mensen met vijftig verschillende nationaliteiten. De High Tech Campus (HTC) Eindhoven, ontstaan uit de laboratoria van Philips Research, biedt hoogopgeleiden een inspirerende en stimulerende werk-omgeving.
In 1914 neemt Gerard Philips, die aan het eind van de eeuw ervoor in Eindhoven een lampenfabriek opgericht heeft, dr. Gilles Holst in dienst als wetenschappelijk onder-zoeker. Dat markeert het begin van het Philips Natuurkundig Laboratorium, kortweg NatLab genoemd, dat gestaag groeit tot het rond 1990 ongeveer 2200 werknemers telt. Uit het onderzoek ontstaan in de loop van de tijd vele nieuwe productlijnen. Een voorbeeld: uitgaande van de lampen ontstaat via onderzoek aan radiobuizen en later rontgenbuizen de huidige voor Philips belangrijke divisie Medical Systems. Het NatLab wordt in die tijd door velen, binnen en buiten Philips, beschouwd als een 'speeltuin' waar onderzoekers ongestoord kunnen werken aan alle mogelijke onderwerpen.
Belofte
Aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw - Philips heeft net een paar jaar ervoor veel investeringen gedaan om mee te kunnen doen in de chipsindustrie en op het NatLab-terrein nieuwe faciliteiten daarvoor gebouwd - komt het bedrijf, en dus ook Philips Research, onder druk te staan. Er wordt bezuinigd en het onderzoek moet steeds meer direct gekoppeld zijn aan opbrengsten voor het bedrijf. Als een aantal jaren later president Cor Boonstra het hoofdkantoor van Philips naar Amsterdam verplaatst, krijgt Eindhoven als doekje voor het bloeden, de belofte dat er op het terrein van NatLab een technologiecampus zal ontstaan die zijn weerga in de wereld niet kent. 'Ja ja', denkt de NatLab-bevolking, 'eerst zien dan geloven'. Architecten komen met ambitieuze plannen. Alle onderzoek- en ontwikkelactiviteiten van Philips worden, vaak in afgeslankte vorm, geconcentreerd op de Campus. Nieuwe gebouwen verrijzen. Oude gebouwen, die volgens sommigen het aanzien van Oost-Europese ziekenhuizen hebben, verdwijnen of worden gerenoveerd. Natuurlijke materialen, transparante facades, halfopen werk-plekconcepten en volop ontmoetingsplaatsen bevorderen de mogelijkheden voor contact tussen medewerkers, ook buiten werktijd. Alles is gericht op kennis delen in plaats van er bovenop te blijven zitten, op elkaar inspireren, op meer interactie tussen onderzoekers en ontwikkelaars. Dit geeft het innoverend vermogen van het bedrijf een impuls. Om dat verder te versnellen, besluit Philips in 2003 om de Campus open te stellen voor andere technologische bedrijven. High Tech Campus Eindhoven is een feit.
Open innovatie
In plaats van in je eentje (ongestoord) onderzoek doen, is samenwerken met anderen nu het motto. Dat komt de effectiviteit ten goede. Iedereen kan doen waar hij of zij goed in is en onderzoeks-resultaten die om een of andere reden niet passen bij producten van een bedrijf, kunnen elders 'landen' en tot zakelijk succes leiden. De campus is een soort ecosysteem dat op een organische manier groeit en bedrijven een innovatieve infrastructuur en actieve ondersteuning op het gebied van engineering en patenten biedt. Open innovatie betekent dat er meer mogelijkheden zijn gekomen om ideeen te verwezenlijken tot producten dan voorheen. Ook binnen Philips.
Moest vroeger een Philips-onderzoeker met een nieuw idee een Product Divisie (een log geheel en vooral druk met de problemen van dat moment) maar zien te overtuigen van zijn idee, nu zijn er speciale eenheden, incubators genaamd, waar technologie als basis voor nieuwe commerciele activiteiten in een beschermde omgeving tot wasdom kan komen. Zo kunnen meer risico's genomen worden wat tot een snellere product-introductie op de markt kan leiden. In een sfeer van openheid is het eenvoudiger om nieuwe markten te verkennen en nieuwe uitlaatkanalen voor specifieke producten te zoeken en te vinden. Inmiddels zijn op de Campus meer dan negentig organisaties gevestigd en er komen nog steeds meer bij. Het is een dynamische mengeling van grote, over de hele wereld aanwezige bedrijven, innovatieve mkb'ers, technostarters, service- bedrijven en kennisinstituten. Omdat technische ondersteuning van hoog niveau op een steenworp afstand beschikbaar is, kunnen al deze organisaties zich richten op hun kerncompetenties en elkaar inspireren door het delen van kennis en ervaring. In open onderzoeks-programma's zoals het Holst Centre, gericht op draadloze systemen en flexibele elektronica (flexibele lampjes), het Centre for Translational Molecular Medicine, gericht op nieuwe en persoonsgebonden geneeswijzen (intelligente pillen), en het Oce Inkjet Application Centre, gericht op nieuwe digitale printmogelijkheden, werken verschillende partners samen aan nieuwe technologie, die ze uiteindelijk voor hun eigen toepassingen zullen gebruiken. Door samen de onderliggende technologie te ontwikkelen, besparen ze geld.
Infrastructuur
Voor de ontwikkeling van nieuwe geavanceerde technologieen is hoogwaardige infrastructuur nodig die individuele bedrijven tegenwoordig niet meer kunnen bekostigen. Die infrastructuur is wel aanwezig op de Campus. MiPlaza is een organisatie die bedrijven niet alleen cleanrooms (8.000 m2), testlaboratoria (75.000 m2) en onderzoeksapparatuur biedt, maar ook technisch specialisten die ermee om kunnen gaan. Bedrijven op de Campus hoeven zelf ook niet te investeren in laboratoria voor mediaresearch, gebruikerstesten of elektromagnetische compatibiliteit, of in trainings-faciliteiten, een hoogwaardig ict-netwerk of inkoopafdelingen. Ze kopen in wat ze nodig hebben. Zo kunnen ook startende, relatief kleine bedrijven beschikken over de nieuwste faciliteiten. Er werken nu meer dan zeven-duizend mensen op de campus afkomstig uit vijftig verschillende landen. Vijfentwintig gebouwen, niet hoger dan vier verdiepingen (omdat ze in het landschap moeten passen), zijn er bijgekomen waardoor er naast de laboratoria en cleanrooms honderdduizend vierkante meter kantoorruimte aanwezig is. De Campus behoort (qua aantal medewerkers) inmiddels tot de zeventien procent grootste Science Parks in de wereld. Een apart gebouw, het Beta-gebouw, biedt starters een omgeving waar ze elkaar kunnen inspireren en stimuleren.
De campusbewoners
Het zijn niet alleen de technische faciliteiten die de Campus tot een aantrekkelijke werkplek moeten maken. Het geheel heeft ook vanwege zijn ligging midden in Europa's leidende R&D-regio, de driehoek tussen Eindhoven, Leuven en Aken, een grote aantrekkingskracht op technisch talent. De mensen die er werken zijn hoog opgeleid, spreken dezelfde taal, delen een passie voor techniek en zoeken elkaar op om te brainstormen. De opzet van de campus is erop gericht dit proces te faciliteren. 'Campus-bewoner' Andreas Achtzehn van Philips Research: 'Het is een fantastische plek om te werken in een schone en mooie omgeving. 'En Harald van Veghel van iRex Technologies stelt: 'Geweldig om al die verschillende faciliteiten bij de hand te hebben.'
De gebouwen hebben geen aparte restaurants. Die vind je alleen op The Strip, het vierhonderd meter lange gebouw midden op de Campus. Daar zijn ook cafes, winkels, een bank, het conferentie-centrum en een sportschool. Er worden jaarlijks 150 evenementen georganiseerd, varierend van technische conferenties tot sociale bijeen-komsten, zoals concerten. Edwin van Aalten, werkzaam bij Atos Origin: 'The Strip, met zijn winkels en de restaurants en terras bij de vijver, is mijn favoriete plek.'
Elders op het terrein is ook een gebouw voor kinderopvang. De campus is ingebed in een landelijk gebied, de Dommelvallei, heeft een parkachtig karakter en biedt volop mogelijkheden voor ontspanning naast het werk. Zo zijn er vijftien kilometer wandel-paden en vele sportmogelijkheden. Er staan honderd fietsen over het hele terrein die gebruikt kunnen worden om van het ene naar het andere gebouw te komen.